De taal van hoop

“I have a dream.”
We kennen deze zin allemaal van Martin Luther King. Ik denk zelfs dat de huidige generatie hem nog kent. Al is het misschien ook omdat de woorden later opdoken in een house-nummer van Avicii.
Taal heeft kracht. De woorden die je kiest kunnen energie geven of juist wegnemen. Ze kunnen mensen optillen of verlammen. In organisaties die vermoeid of cynisch zijn geworden, is hoopvolle taal vaak het begin van herstel. Voor een bestuurder, voor een leider, is het daarom ongelooflijk belangrijk om die vaardigheid goed te ontwikkelen.
Als je weet waar Martin Luther King zijn verhaal ooit begon, begrijp je nog beter waarom die zin zo bijzonder is. Zijn beroemde toespraak in 1963 kwam niet uit de lucht vallen. Het was het resultaat van jaren van strijd, wanhoop en teleurstelling. Hij had alle reden om cynisch te zijn. En juist daar, midden in die pijn, sprak hij over een droom. Over een toekomst die nog niet bestond, maar die hij wel voor zich kon zien.
Die woorden gaven richting en energie aan miljoenen mensen. Ze brachten niet alleen hoop, maar ook actie. En die actie heeft veel veranderd. De wereld werd er aantoonbaar inclusiever door.
In Nederland hoor je dan vaak, calvinistisch als we zijn, doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. En dus zwakken we onze woorden af, totdat er nog maar weinig betekenis overblijft. Dat zie ik vaak gebeuren en dat is ontzettend jammer.
Een krachtige uitspraak als “Wij geloven in mensen, niet in regels” verandert dan langzaam in “We willen meer ruimte geven aan maatwerk binnen de bestaande beleidsstructuur”. De eerste zin ademt vertrouwen. De tweede voelt alsof hij vooral bedoeld is om niemand ongemakkelijk te maken.
Of een ambitie als “We willen een organisatie zijn die mensen inspireert en in beweging brengt” wordt herschreven tot “We streven naar een stimulerend werkklimaat waarin medewerkers zich optimaal kunnen ontwikkelen”. De eerste zin maakt iets los. De tweede klinkt alsof hij rechtstreeks uit een HR-handboek komt.
Hoopvolle taal is niet hetzelfde als loze belofte of mooie praat. Het is taal die perspectief biedt. Die laat zien dat er een toekomst is om naartoe te werken. Het vraagt lef om zulke woorden te gebruiken, omdat ze iets blootleggen van wat je gelooft en waar je voor staat. En juist dat maakt ze zo krachtig.