De beste bestuurders kiezen niet voor macht, maar voor het team.

De beste teams ontstaan niet door eΜeΜn leider die altijd de baas is.
Ze ontstaan door bestuurders die begrijpen dat je de juiste mensen met verschillende eigenschappen, talenten en persoonlijkheden aan tafel moet hebben.
Een bestuurder die ziet wanneer iemand anders de leiding moet nemen en daar ook ruimte voor maakt.
Dat merkte ik onlangs tijdens de beklimming van de Triglav in de Sloveense Alpen.
Tijdens de klim naar de top had iemand extra ondersteuning nodig.
Een ervaren klimmer nam de leiding en klom voorop, gaf duidelijke instructies en bepaalde het tempo.
Ik klom als derde en achter deze persoon. Ik had ook de leiding kunnen nemen, maar dat was nu niet mijn rol.
Mijn taak was ondersteuning bieden, rust en extra veiligheid geven waar dat nodig was.
Precies dat is de kern van situationeel leiderschap: weten wanneer jijzelf de leiding neemt en wanneer je een ander de ruimte geeft.
En vooral accepteren dat iedere rol waardevol is voor het gezamenlijke doel: samen de top bereiken.
In teams werkt het net zo. Zo ontstaat een topteam dat bijna vanzelf weet: op dit moment neemt de een de leiding, en straks een ander.
Het draait dan niet om macht, manipulatie of ego, maar om samen bewegen richting een gemeenschappelijk gekozen doel.
Een goede bestuurder kijkt scherp:
- Wat gebeurt er?
- Wie heeft nu de beste positie, kennis of energie om het voortouw te nemen?
- Wanneer moet ik zelf sturen, en wanneer laat ik een ander leiden?
Juist daar ontstaat het verschil tussen een team dat functioneert en een team dat excelleert.